De eerste keer dat ik de Αγιός Γεώργιος του Λούκα, Agios Yiorgos tou Louka (van Lucas) binnenstapte is inmiddels dertien jaar geleden. Toen was ik al onder de indruk van deze kerk. Ik ben weliswaar Katholiek
opgevoed, maar ik heb niks met de kerk als instituut. Wel met de architectuur.
De Agios Yiorgos tou Louka ligt aan het plein van Horafia, het bovenste deel van het dorp Kastellorizo. De toevoeging “tou Louka” is gedaan om deze Agios Yiorgos te onderscheiden van de andere twee. Er is een Agios Yiorgos van de Bron, beneden aan de haven en er is ook nog een klooster met de naam Agios Yiorgos en daar hoort ook een kerk bij. Je zou denken er zijn toch genoeg heiligen in de Bijbel te vinden om elke kerk van een andere naam te voorzien. Die zijn er zeker. Echter, in de tijd van het Ottomaanse Rijk was een vernoeming naar de heilige Yiorgos de meest veilige optie. Deze heilige is namelijk ook in de Koran te vinden en daarom was vernoeming naar deze specifieke heilige ten tijde van de Ottomanen toegestaan. De huidige kerk is gebouwd op de fundamenten van een kerk uit de 17e eeuw en de vorm is als die van een Byzantijns kruis. De herbouw startte in het begin van de vorige eeuw, maar werd door de economische malaise in die tijd nooit afgebouwd. Ook toen werd de bouw gefinancierd door particulier geld. En daar komt de toevoeging “tou Louka” vandaan. Het is de voornaam van de goede gever.
Terug naar de eerste keer dat ik daar binnenkwam. De kerk staat in mijn buurt. Er ligt een restaurant en een huis tussen de kerk en mijn huis en vanaf de beide balkons hebben we uitzicht op de kerk. Ontelbare keren ben ik er voorbij gelopen en de kerk zag er altijd, om het voorzichtig uit te drukken, miserabel uit. De kleur was al niet meer te duiden, ramen lagen eruit, de deur hing scheef en binnen was het al niet veel beter. Tenminste, wat ik kon zien als ik op mijn tenen ging staan en daar het viezige raampje van de deur keek.
En toen kwam Yiorgos Papandreou naar Kastellorizo, in mei 2010, om vanaf het meest zuidoostelijke eiland, op de grens van Griekenland, zijn noodkreet de wereld in te sturen, omdat het land er economisch gezien beroerd voorstond. Voor de voormalige minster-president werd de kerkelijke naamgenoot bij uitzondering geopend. Het was een vrijdag en ik was zoals gebruikelijk naar de wekelijkse markt in Kaş geweest. Ik liep nietsvermoedend voorbij en zag de deur openstaan. Er was niemand, dus ik naar binnen. Binnen was het nogal een rommeltje. Her en der een stoel, stukken stucwerk die naar beneden waren gekomen en de gebruikelijke droge bladeren en dode beestjes die je aantreft als de ramen openstaan en er nooit eens iemand binnenkomt op de zaak bij elkaar te vegen. Maar de ruimte was adembenemend. Vrijwel een grote, open ruimte. Alleen het gedeelte waar alleen de priester mag komen was afgezonderd van de rest. Enorm hoog, met de allure van een kathedraal. De iconen op de muren waren aan het vervagen en beschadigd, na een jarenlang blootstelling aan weer en wind. Niemand trok zich het lot van de kerk aan en verver verval was dan ook niet te stuiten.
Tot zo’n drie jaar geleden de familie Martinou uit Athene zich het lot van deze statige kerk aantrok. Zij trokken de geldbuidel en stuurden een ploeg bouwvakkers uit Athene. Stukje bij beetje bikten ze het stucwerk van de muren, verwijderden de klokken uit de torens, haalden het interieur leeg totdat er nog een karkas stond. Toen werd het tijd om met de opbouw te beginnen. Als buurtbewoners zagen we de kerk voor onze ogen verrijzen en verfraaien.
De familie Martinou leverde geen half werk. Het bleef niet bij de kerk. Ook rondom de kerk werd de zaak grondig aangepakt. Van het plein voor de kerk werden alle stenen uitgegraven en opnieuw gelegd, met respect voor plaatselijke folklore. De vreemde stenen bankjes en een half vergane boot met verwilderde planten verdwenen, maar de boom van de Panagia bleef. De bliksem is ooit in deze boom ingeslagen en sommige dorpelingen hebben de Moeder Gods in deze boom gezien. Maar dat is voor een volgende column. De verwilderde tuin rondom de kerk verdween en maakte plaats voor bloembakken en perken. Aan de achterkant van de kerk waar een steeg loopt werd de muur opnieuw opgebouwd, met een trapje zodat we nu ook vanuit de steeg naar de kerk kunnen lopen. Tot mijn grote vreugde werd ook het naastgelegen beenderhuisje aangepakt. De kers op de taart was de aanplant van bomen, struiken en bloeiende planten. Ik mag hopen dat ze “geit-bestendig” zijn.
Vrijdag 28 april jl. werd de kerk ingezegend door de aartsbisschop in het bijzijn van de familie Martinou, eilandbewoners en genodigden. Vanaf dat moment kon ook het interieur bewonderd, het wordt gedomineerd door wit marmer, een grote gouden kroonluchter, nieuwe iconen en een ereplaats voor de twee oude iconen van Agios Yiorgos zelf. En, een verrassing, de kerk heeft een loge! Nooit geweten. De kinderen uit het dorp hebben er veel plezier aan beleefd toen de dag erna de kerk voor het eerst in zijn geschiedenis werd gebruikt voor een doopplechtigheid. Ook al heb ik niks met de kerk, ik hoop dat ze een belangrijke rol krijgt in het gemeenschapsleven van het eiland. Ze heeft er lang genoeg op moeten wachten.
Τα λέμε,
Elma
