Misschien zie ik dat als Vlaamse Belg anders dan vele van onze Nederlandse lezers, maar de manier waarop Grieken met hun vlaggen omgaan, wekt bij mij evenveel verbazing als bewondering op. Vorige week was het weer zover. Op 28 oktober wordt nog altijd herdacht dat Griekenland “neen’” tegen Mussolini zei om het Griekse grondgebied binnen te trekken: “ochi – dag”.
Misschien zien wij noorderlingen dat anders, maar herdenken wij toch niet liever het einde van een oorlog dan het begin? Daar moest ik weer aan denken toen ik vorige week op een kruispunt een breed glimlachende man voorrang verleende, op een brommer, Zwaaiend met twee vlaggen: de blauw-wit gestreepte met kruis en de gele met een tweekoppige adelaar.
Geregelde bezoekers van Griekenland weten dat de meeste chauffeurs hier over meer armen en handen beschikken dan de Indische godin Shiva: ééntje voor het stuur, voor de koffie, een sigaret en GSM, een ander om een kruis te slaan voor de kerk, en tenslotte een zesde om buiten het raam te hangen en de richting aan te geven. De behendigheid waarmee deze enthousiaste man met twee vlaggen nog eens de oorlog aan de asmogendheden verklaarde, was indrukwekkend; herinner ik mij dat nu verkeerd, maar hield hij eigenlijk wel zijn stuur vast?
Bent u nu benieuwd, waarde lezer, hoe ik van een dergelijke inleiding nog iets over de tragedie van de Tweede Wereldoorlog kan of mag zeggen? Wel, via een omweg dan maar: Ooit vertelde een reisgids me dat de gemiddelde toerist zich nooit verder dan een vijftigtal meter van bus of schip waagt; hij wil het risico niet lopen ze te missen, liever dan de tien dingen om te zien. Zo las ik onlangs op deze website: “gelukkig was het troosteloze Rafina niet de eindbestemming van onze reis”. Hadden deze Cycladen-reizigers me nu toch gebeld, dan zou ik ze de weg hebben gewezen naar een verrassende riviermonding en een nog meer verrassende site uit de Tweede Wereldoorlog, op éénenvijftig meter van hun “sfeerloze hotel’”. In de andere richting dan de verleidelijke taverne’s aan de haven, aan het andere uiteinde van het strand van Rafina, ligt de riviermonding van de kleine “Grote Rivier”. Het is een microbiotoop, naast het verzorgde Karamanli-park, met tussen het riet vissende vogels en kwakende kikkers. Pastoraal bij rustig weer, wordt het riviertje bij stormweer een breed uitsmerend penseel dat in de blauwe baai een grote vlek van zanderige afzetting achterlaat. Zowel aan officiële projectplaten als aan graffiti op de bruggen is op te maken dat de rivier gedoemd is om in beton te worden gegoten en overdekt. Ik mis geen kans om dat natuurfenomeentje nog even te gaan bewonderen. Via het Karamanli-park , voorbij het ommuurde kerkhof van Rafina, achter de school en voorbij de tennisclub, gaat het lichtjes omhoog naar een bos.
Daar, op die heuvel van Panagitsa, bouwde de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog een indrukwekkend militair complex. De plaatselijke bevolking werd met dwangarbeid ingezet. Tot vandaag valt de bezoeker er nog over betonnen draagstructuren voor kanonnen, ingangen van immens ondergrondse gangenstelsels en fundamenten van slaapruimten, stallen en hangars. Het kamp had een hoge uitkijktoren en was omringd met prikkeldraad en een mijnenveld. Om het zicht op de haven te verbeteren, werden dozijnen huizen afgebroken. Wat verderop, boven het strand van Marikes, in Askitario, werden de ruïnes van een prehistorische nederzetting “aangepast”. met uitkijkposten en een bunker.
Verder dan dat moet je niet gaan om over de Tweede Wereldoorlog en zijn zwarte herinneringen te vallen. Als tegengif bezoek ik geregeld het Duitse oorlogskerkhof in Dionyssos – Rapenza. Daar, op nauwelijks 20 km van Rafina, liggen 9973 Duitse soldaten. Ondertussen misschien wel meer want telkens ergens in Griekenland een Duitse soldaat wordt gevonden, wordt hij hier, of op het Duitse kerkhof in Maleme op Kreta, bijgezet. Met vlaggen en trommelparades herdenken Griekse kinderen in militaire pakjes elk jaar op 28 oktober de verzetsdag waarmee het land in de Tweede Wereldoorlog betrokken raakte. Elk jaar opnieuw vraag ik me of ik die kinderen toch niet eens zou meenemen naar dat Duitse kerkhof. Opdat ze even zouden stilstaan bij het graf van leeftijdsgenoten die niet “neen” konden zeggen. En kwestie van het eens van een andere kant te bekijken. Zoals ik dat eigenlijk ook eens met die vlaggen zou moeten doen.
Tot volgende maand,
Theo
