Van mijn ietwat donkere stichting van dode dichters van Zakynthos is Grigorios Xenopoulos vanzelfsprekend ook lid. Hier en nu roep ik hem zelfs uit tot ere-lid. Ondanks de erkenning en de roem stierf hij arm en verbitterd. Toen zijn huis aan de Evripidoustraat in Athene in augustus 1944 werd opgeblazen door onbekenden, konden Xenopoulos en zijn gezin zich nog net redden, maar alle bezittingen, manuscripten, bibliotheek en archief werden vernietigd; in januari 1951 zou hij een armenbegrafenis hebben gekregen. Zoals dat van Andreas Vesalius is zijn graf verdwenen. In deze stichting krijgen de ongelukkigen en mistroostigen meer eer dan hun gevierde confraters.
Als zoon van Dionysios Xenopoulos uit Zakynthos en Euthalia Thomas werd Grigorios Xenopoulos in december 1867 in Constantinopel, vandaag Istanboel, geboren. In 1868 verhuisde het gezin naar Zakynthos waar Xenopoulos opgroeide en middelbare school liep, tot hij in 1883 in Athene aan de universiteit begon. Al gauw stortte hij zich op de letteren. Met een 80-tal romans en verhalen en bijna vijftig theaterstukken, werd hij één van de meest productieve roman- en toneelschrijvers, één van de meest gelezen en vaak gespeelde. Hij leidde een jeugdtijdschrift en introduceerde als literair criticus de dichter K.P. Kavafis in Griekenland. Hij werd lid van de Academie van Athene en was mede-stichter van de Vereniging van Griekse schrijvers. Zijn toneelstukken, vaak bewerkingen van romans, worden hier in Griekenland tot vandaag uitgevoerd of bewerkt voor televisie. Buiten Griekenland doet zijn naam nauwelijks een belletje rinkelen. Ook voor mij heeft het even geduurd voor ik hem leerde kennen. Tot iemand me duidelijk maakte dat ik tijdens mijn geregelde bezoeken aan Zakynthos telkens ‘kantoor’ hield in één van zijn ‘decors’.
In tegenstelling tot het gros van de bezoekers van dit eiland ben ik niet zo’n strandmens. Tenzij er een graf verloren werd gelegd, zoals in de aflevering van vorige maand. Ook ben ik geen fan van schipbreuken en scheepswrakken. Zelfs Vesalius is er op de kade doodgevallen. Dat het verroeste karkas van een smokkelschip uit de jaren tachtig één van de meest gefotografeerde onderwerpen van Griekenland is, vind ik vreemd. Ik houd meer van begroeide oude stenen en vervallen ruïnes die terug door de natuur worden opgeëist. Spreekt een hedendaagse medemens me al aan, dan toch liefst voor verhalen die hij me over vroeger kan vertellen, op een terras, middenin de stad.
Afhankelijk van het seizoen, in de voor- of in de namiddag, koos ik op het Solomosplein van Zakynthos het vaakst voor café Red Rock . De cafébaas is een historicus; ook hij houdt van oude verhalen. Red Rock verwijst naar de titel van de roman die Grigorios Xenopoulos in 1905 publiceerde. Kokkinos Vrachos vertelt het tragische verhaal van Fotini Sandris, die verliefd wordt op haar neef en zelfmoord pleegt als hij met een ander trouwt. Altijd in een stedelijk decor, in een kleine gemeenschap, is de liefde zijn belangrijkste thema, vaak tussen mensen uit verschillende klassen.
Een ander voorbeeld uit Zakynthos is ‘Margarita Stefa’, het liefdesverhaal van een Zakynthische aristocraat met een meisje van populaire afkomst. Al mijn contacten op het eiland weten dat ik op het terras dat naar zijn roman is genoemd, kantoor hield. Ook Tota Aktypi, de voormalige directrice van het Eerste Lyceum, waarvoor ik in het Vesaliusjaar van 2014 een schooluitwisseling met Heverlee organiseerde. “Of ik het huis / museumpje / kinderbibliotheek van de Vrienden van Xenopoulos kende”, vroeg ze me ooit? En ze troonde me meteen mee langs een straat die zijn naam draagt naar een stijlvol huis geflankeerd door een boom die tot vandaag in mijn geheugen is blijven hangen. Gezeten op een kinderstoeltje aan een kleine tafel, ontmoette ik er de vrijwilligers van dit prachtinitiatief. Ik miste de drukte van kinderen als er wordt voorgelezen, gespeeld en geknutseld, ter herinnering van een groot schrijver; een paar voorwerpen maakten hem dan weer wel tastbaar. Ook op het terras van mijn kantoor speelden zich scènes van Xenopoulos voor me af. Je kijkt er recht op het Venetiaanse kerkje van Agios Nikolaos Molos. Hoe vaak zag ik niet dat het werd aangekleed voor een doop of voor een huwelijk: dames in het lang en heren in pak, zij met bloemen en hij met een glimlach, wandelen er zo verhalen van Xenopoulos binnen en buiten.
Volgende maand stel ik het jongste lid van mijn stichting voor, tot dan!
Theo Dirix
