Columns

Onze laatste columns

Uitgaan & Cultuur

Uitgaan & Cultuur

Gast Columns

Gast Columns

images/kalvos_.jpgOp het Griekse eiland Zakynthos is het Museum van D. Solomos en vandere eminente mensen zoveel meer dan een museum. Op het driehoekige Sint-Marcusplein, op een boogscheut van het centrale Solomosplein, charmeert het gelige neoklassieke gebouw met zijn drie-bogengalerij. Genereus biedt het zijn toren met uurwerk aan als een tweede toren van de bescheiden katholieke Sint- Marcuskerk naast de deur.

 

 

images/solomos_portrait_4.jpgOnder die toren, langs artefacten die misschien wel van de kerk zijn toen ze gehavend uit een aardbeving kwam, bereikt de bezoeker de ingang en de kassa onder een trap. Dit is meer dan een museum. Dit is een mausoleum. Op de bovenverdieping wordt de geschiedenis van het eiland getoond. Manuscripten, bustes, wapenschilden, etsen, schilderijen en meubilair tonen hoe rijk de plaatselijke cultuur in de 18de en 19de eeuw wel was. Vandaag worstelt het museum om het hoofd boven water te houden. Directie en bestuur doen nochtans hun best om een plek in het plaatselijke culturele leven te behouden. Tijdens het schooljaar komen schoolkinderen hier van hun verleden proeven.

 


images/auteur_ambassadeur_directeur_kalvos.jpgMochten nu ook nog alle toeristen een ticketje willen kopen, na hun bezoek aan een verroest karkas van een smokkelschip en voor hun uitstapjes naar de bars en stranden van Slaganas (sic)? Want, voor de derde keer, dit museum huisvest op het gelijkvloers de praalgraven van de grootste Griekse schrijvers. Binnen, boven de deur, staan verzen van Andreas Kalvos: “hier slapen rustig de overblijfselen van de heiligen, hier verstoren ze rustig de heilige rust van de doden.” Wie de verzen daar aanbracht, zou ik nooit van ironie durven verdenken, want als bezwering kunnen ze ook wel tellen. Van de aflevering van Ugo Foscolo herinnert u zich dat Andréas Kálvos zijn landgenoot, vriend en werkgever na een ruzie in Engeland achterliet. Foscolo stierf er in 1827 en werd in de vochtige grond van Chiswick begraven. In 1871 werd zijn graf opengebroken, hij werd opgegraven en met Italiaanse staatspraal naar de Basilica di Santa Croce in Firenze overgebracht. Andr é as Kálvos keerde in 1852 naar Engeland terug en stierf er in 1869, net op tijd om de opgraving en het definitieve vertrek van zijn collega niet meer te hoeven meemaken. Bijna een eeuw lang, éénennegentig jaar om precies te zijn, werd Andr é as Kálvos daar met rust gelaten. Tot hij in 1960, op zijn beurt, werd opgegraven.​ Samen met het stoffelijke overschot van zijn tweede vrouw werd hij op Olympic Airways vlucht 410 geladen en naar Griekenland overgebracht. Daar had George Seferis , diplomaat en dichter (Nobelprijs literatuur 1963) voor gezorgd. Bij hun aankomst stond de elite van het land op de tarmac maar het Griekse volk had de terugkeer gemist: die dag staakten de kranten. Tot zover de Griekse staatsbegrafenis. Vandaag ligt hij onder een stapel van marmeren platen als zerk. Wellicht om er zeker van te zijn dat hij niet meer verplaatst zou worden.

 


images/gerestaureerde_manuscript_hymne_solomos.jpgTegen de muur, op een witmarmeren plaat met twee zwarte kruisjes, lezen wij in het Engels: “Andrea Kalvo, died 3rd November 1869, aged 77 years”, en: “Charlotte Augusta Kalvo, died 23rd june 1888, aged 76 years”. Rechts van hem rust Dionysios Solomos. Achteraan op de zerk, op de wat plompe en lichtjes beschadigde stele met zijn wapenschild, ligt een bronzen krans. Hij is dan ook de nationale dichter. Solomos zou zelfs vier keer begraven zijn: de eerste keer na zijn dood in Korfu in 1857, een tweede keer in Zakynthos in 1865, eerst nog tijdelijk en daarna een derde keer wat langer, en tenslotte nog een vierde keer toen het mausoleum klaar was. “Slapen de overblijfselen van de heiligen hier wel rustig? Verstoren ze hier rustig de heilige rust van de doden?” Dionysios Solomos werd in 1798 op Zakynthos geboren. Zoals velen op de Ionische eilanden was hij tweetalig: Grieks en Italiaans. Van 1808 tot 1818 studeerde hij in Italië, even in Venetië, daarna in Padua. Zijn eerste gedichten schreef hij in het Italiaans en hij maakte er al gauw naam; Ugo Foscolos was toen al zijn vriend. Pas na zijn terugkeer in Zakynthos schakelde Solomos over naar Grieks. Eén van zijn eerste, meteen belangrijke of in ieder geval bekendste 158 verzen die hij in 1823 schreef, vormen zijn Hymne tot de vrijheid . In wat later de nationale volksliederen van Griekenland en van Cyprus werden, moedigde hij niet alleen de vrijheidsstrijders van de onafhankelijkheidsoorlog aan. Ook de Griekse volkstaal moest mee op de kaart. N.a.v. de 200ste verjaardag van het schrijven van die hymne en het 150ste jubileum van de toonzetting door Nikolaos Halikiopoulos Mantzaros, had o p zondag 28 juli 2024 op het Solomosplein het evenement Vrijheid vond geen beter lied plaats. De massavoorstelling van het langste volkslied ter wereld door de​ Zangers van Zakynthos en het Oude Filharmonisch Orkest van K orfu moest indruk maken. Het podium, precies in het midden van het plein, had het verlichte standbeeld van Salomon als decor. Mocht ik in Zakynthos geweest zijn, dan zou ik op dat ogenblik de stilte hebben opgezocht, op de heuvel van Strani net buiten de stad, waar zijn villa nog staat. Op een platform, onder een bescheiden buste van de dichter, krijgt de bezoeker een panorama op het eiland en het tegenover gelegen vasteland. In de schaduw van de bomen zou Dionysios Solomos daar de kanonnen van de bestorming van Messolonghi hebben gehoord en de inspiratie voor zijn volkslied hebben gekregen. De massavoorstelling was een succes maar op die plek komt hij beter tot leven. Zoals in het mausoleum.

 


Nog een prettige zomer, tot een volgende keer,


Theo Dirix​

Op deze content rust copyright, voor meer informatie zie onze disclaimer

 
Griekenland life
Helmond, Nederland
info@griekenland.life

Athens, GR

22°C
Wisselend Bewolkt